Toen ik hoorde dat er een boek onderweg was naar mij met deze titel, en als ondertitel “A guide to photographing wild animals on African safaris” was ik wat onzeker. Boeken recenseren heb ik nog maar zelden gedaan, en zeker niet over Afrikaanse safaris.
Ik bereidde mezelf voor door de vraag te stellen wat ik zou verwachten van een dergelijke gids. Als safari-leek kwam dit in me op:
welke landen zijn het best geschikt?
Hoe neem ik mijn materiaal mee naar ginder ?
Kan ik er mijn batterijen opladen ?
Welke vieze ziektes kan ik zoal oplopen en hoe vermijd ik ze ?
Heeft het zin een groepsreis te doen, of ga ik beter alleen ? En is dat laatste haalbaar?
En zo nog een reeks praktische vragen. Van fotografie weet ik genoeg, maar ik krijg regelmatig mails van mensen die van me willen weten of ze een D40 met 70-300 dan wel een 40D met 80-200 moeten aanschaffen voor hun Afrika-reis. Dus een stukje over materiaal leek me voor de hand te liggen, alsook enkele tips in verband met licht, stoffige sensoren, het opslaan van digitale beelden aldaar en hoe je materiaal heel te houden in versleten landrovers op hobbelige wegen.
Ik zie sinds deze week de mails over safaris niet meer zuchtend binnenkomen: alles wat ik had verwacht staat in dit boek. Aspirant-Afrikareizigers kunnen zich verwachten aan een kort antwoord, een link naar de website van Hans Martens en een suggestie deze uitgave te bestellen.

Ik vond er zelfs meer dan ik verwachte, wat ik eigenlijk had kunnen weten, want Hans heeft een hele reeks boeken gerecenseerd op zijn site en kan dus weten hoe het moet. Laat ik even de hoofdstukken kort overlopen.
Het eerste hoofdstuk gaat over de basis van fotografie, voor de gevorderden een opfrissing, maar ervaring leert dat de meerderheid van de mensen die naar ginder trekt dit hoofdstuk absoluut kunnen gebruiken.
Het tweede deel behandelt materiaal, van camera's over objectieven tot nodige accessoires. Rugzak dan wel koffer of beide, hoeveel batterijen en geheugenkaartjes meenemen en hoe stofjes verwijderen komen hier aan bod. Dat er een rijstzak nuttiger is dan een statief. Wat materiaal en techniek betreft zit ik blijkbaar op één lijn met Hans, geen enkele keer mijn wengbrauwen gefronst. En dat heb ik nog maar zelden meegemaakt.
Het boek komt tot de essentie in het derde hoofdstuk, en toen begon ik bij te leren. Deel drie behandelt het plannen van een safari, en geeft aan hoe dingen nogal verschillend kunnen verlopen in de verschillende landen en seizoenen. Dat het regenseizoen andere uitdagingen biedt dan het droge seizoen kon ik me nog wel voorstellen. Waar ik niet had bij stilgestaan is dat die beesten niet meer samenkomen bij een poel in het regenseizoen. Oost-Afrika en zuidelijk Afrika zijn blijkbaar ook nogal verschillend. Goed om te weten als je een locatie kiest.
Het vierde hoofdstuk sluit aan met tips over techniek, waarbij alle soortgroepen een voor een worden behandeld. Voor mensen die het wat minder gewoon zijn nog wat tips om met een telelens te fotograferen (neen, dat is niet voor de hand liggend) en hoe vanuit een wagen te werken. Een wandelingetje naar een groep leeuwen die een gnoe aan het verscheuren is, wordt eerder afgeraden.
Mijn verbazing groeide toen ik las dat er zoveel verschillende voertuigen worden gebruikt, die allemaal een andere manier van fotograferen vereisen. Zelf een wagen huren lijkt logisch voor de ambiteuzen onder ons, en ook daarvoor worden tips gegeven.
Veel van de aangegeven technieken kan ik als oude rot in het vak natuurlijk gemakkelijk zelf verzinnen. Maar als een ervaren collega zijn eigen manier van werken wil delen in het deeltje “Workflow in the field” lees ik toch weer dingen die ik niet juist had ingeschat.
Het boek eindigt met digitale techniek, het bewerken en opslaan van beelden en wat je daar achteraf zoal mee kan doen. Ik mag zeker de bijlagen niet vergeten, met een vertaallijst van dierennamen. Het zal je maar overkomen dat een zwarte 'Ngonyama' begint te gillen, en jij pas als laatste begint te lopen omdat je de leeuw eindelijk hebt opgemerkt (en in je laatste momenten beseft dat Simba inderdaad Swahili is voor dat beest maar ze ter plaatse Zulu spreken).
Tijd voor een conclusie. Wat levert dit boek niet? (een recensie moet toch ergens over zeuren, nietwaar ?). Het is geen fotoboek. Er staan veel foto's in maar door de digitale druk is de kwaliteit niet indrukwekkend. Kan ook niet anders, de auteur geeft dit zelf uit, en dan zijn kleine oplages veiliger. Maar dan is kwaliteitsdruk onmogelijk (misschien niet, zie hieronder, maar zelf toch ook slechte ervaringen). Weinig grote beelden van de typische bebloede leeuwenkoppen, kuddes giraffen in het avondlicht of olifanten-met-stofwolk vanuit de lucht.
En maar goed ook, dit soort beelden maak je namelijk niet op een safari van een paar weken. Die worden gemaakt door professionals die er jaren wonen en met 5 man personeel werken. En iedere drie maanden slechts één topbeeld maken. De foto's in dit boek zijn wat haalbaar is als je als gevorderde amateur kan bereiken als je een aantal safaris doet. Mooie portretten en dieren in landschappen. En vooral, dit boek laat zien wat andere boeken niet tonen: hoe je die beelden maakt, van het plannen van de reis tot ze op je website staan. Een must voor iedere safari-fotograaf.
De ondertitel belooft veel, het boek maakt het waar.
Rollin Verlinde
06/12/2008