Fotopedie

A (21) | B (16) | C (16) | D (15) | E (3) | F (9) | G (8) | H (9) | I (5) | J (1) | K (11) | L (5) | M (9) | N (3) | O (8) | P (10) | R (11) | S (26) | T (10) | U (5) | V (11) | W (3) | X (1) | Z (3)
Titelsorteerpictogram Teaser Attached image
A-objectief

Type objectief van Nikon. Het is de originele bajonetlens van Nikon, gebruikt vanaf 1959. Het is de voorloper van de AI lens.

Achtergrond

Onderdeel van het beeld dat zich achter het onderwerp bevindt. De achtergrond maakt of kraakt het beeld.
Het is de bedoeling dat de achtergrond het onderwerp ondersteunt.
Als de nadruk moet liggen op een onderwerp is een rustige achtergrond wenselijk.
Het is ook mogelijk een achtergrond te kiezen die het onderwerp inhoudelijk ondersteunt. Dat kan een herhaling zijn, bijvoorbeeld een onscherpe bloem van dezelfde soort, of een biotoop waarin het onderwerp zich bevindt zoals de foto van de varens illustreert.

ADI

Advanced Distance Integration - een Minolta term.

Een minolta systeem dat de afstand van het onderwerp tot de camera bepaalt om zo een betere sturing van de flits te garanderen.

AF

Zie AutoFocus.

Afbeeldingsformaat

Een foto kan allerlei formaten hebben, dat slaat op de verhouding van de breedte en de hoogte.

Standaardformaten zijn staand (of verticaal of portret) en liggend (of horizontaal of landschap). Ook panorama (erg breed of hoog) en vierkant zijn veelgebruikte formaten.

Afbeeldingsmaatstaf

De verhouding tussen de grootte van de sensor en het beeld van je onderwerp. Als je onderwerp even groot op je sensor wordt geprojecteerd als hij in werkelijkheid is, spreken we van een afbeeldingsmaatstaf van 1:1.

AFD / AF-D / D AF

Type objectief van Nikon dat afstandsinformatie doorspeelt aan de body. De afstandinformatie wordt uit de scherpstelring gehaald. AF-D is voor het eerst in 1992 gebruikt.

De afstandinformatie is vooral belangrijk bij het gebruik van een flitser. Zo weet de camera hoe ver het onderwerp zich van de camera bevindt en kan de flitssterkte worden aangepast. Moderne camera's halen gelijkaardige informatie uit de scherpstelpunten van de autofocusmodule.

AFI / AF-I

Type objectief van Nikon met interne scherpstelmotor van het type Integrated. AF-I is gebruikt bij enkele telelenzen. AF-I is in 1992 voor het eerst gebruikt. Werkt vrij snel, zeker sneller dan gewone AF maar trager dan AFS.

AFS / AF-S

Type objectief van Nikon met inwendige scherpstelmotor van het type Silent Wave. AF-S is voor het eerst in 1996 gebruikt. Deze motoren hebben een aantal voordelen boven de AF-I types. Ze zijn stiller en ze hebben er geen probleem mee als je aan de scherpstelring draait als de autofocus aan staat. Veel reflexcamera's van de goedkopere types hebben zelf geen scherpstelmotor, en kunnen enkel automatisch scherpstellen als de lens zijn eigen motor heeft. Vandaar dat bij de goedkopere body's AF-S lenzen worden aangeraden.

AI

AI staat voor Auto Indexing. Het slaat op een type Nikon-objectief dat het ingestelde diafragma zichtbaar maakte in de zoeker (1977). Dikwijls te herkennen aan een reeks kleinere diafragma-aanduidingen tegen de bajonet.

AIp / AI-p

Type objectief van Nikon dat weliswaar manueel moet scherpgesteld worden, maar wel electronica ingebouwd heeft zodat het gegevens van de lens naar de camera kan sturen. In tegenstelling tot de AI en de AI-s lenzen kunnen de AI-p lenzen op álle moderne Nikon camera's worden gebruikt. Meest bekend is de 500 mm f4 AI-p

AIs

Als AI, maar met de mogelijkheid om te werken met de Program en Sluitertijdvoorkeur-standen van de eerste volautomatische reflexcamera's (1982). Deze objectieven zijn bruikbaar op bepaalde digitale camera's van Nikon; vooral de nieuwere. Ze zijn te herkennen aan de oranje letters van het kleinste diafragma (meestal de f:22).

Amateur

In de context van natuurfotografie is een amateur een fotograaf die geen geld verdient met zijn beelden.

De term wordt ook verkeerd gebruikt voor mensen die geen grote inspanningen doen om goede beelden te maken of van zichzelf vinden dat ze geen goede beelden maken. "Ik ben maar een amateur" of "Ik zoek een toestel voor een amateur".

Apertuur hoek

De hoek tussen de beide benen van de kegel van zowel intrede als uittrede pupil. Is van belang bij digitale camera's. Als de hoek te groot is zal er pixel vignettering optreden.

Apertuur ratio

Een waarde die de helderheid van een beeld beschrijft. Deze waarde kan worden berekend door de effectieve apertuur (D) te delen door de brandpuntsafstand (f). Omdat deze berekening doorgaans een decimaal getal oplevert kleiner dan 1 wordt de apertuurratio vaak weergegeven als een breuk waarbij de effectieve apertuur gelijk is aan 1.

Apertuur/effectieve apertuur

De apertuur van een lens is gerelateerd aan de diameter van de lichtbundel die de lens passeert. De apertuur bepaald de helderheid van het onderwerp op het uiteindelijke beeld. De optische apertuur (ook wel effectieve apertuur genoemd) verschilt van de werkelijke apertuur van de lens omdat die eerste afhankelijk is van de lichtbundel diameter in plaats van de lens diameter. Als parallelle lichtbundels een lens binnengaan, zal maar een gedeelte van deze bundels de diafragma opening passeren. De diameter van die bundels die de voorste lens passeren wordt de effectieve apertuur genoemd.

APS formaat

Een camera had vroeger een film rolletje met het formaat 24*36 mm. Aangezien sensors moeilijker en dus duurder te maken zijn in grote formaten. Zijn er kleinere sensors gekomen. Deze kleinere sensors noemt met het APS formaat. Dit zijn enkele APS formaten en hun cropfactor. Canon APS-H 1,3 Canon APS-C 1,6 Nikon DX 1,5

aRGB

Adobe RGB is een relatief grote kleurruimte die uitermate geschikt is voor fotografen.

ASA

ASA is een afkorting van de American Standards Association en is een maat voor filmgevoeligheid. Het is handig als elke producent van film dezelfde normering gebruikt, zodat de gebruiker steeds weet welk diafragma en sluitertijd te kiezen ongeacht het merk van film. Deze gestandaardiseerde maten worden bepaald door bevoegde instituten.

ASP / Aspherical

Type van lens in een objectief (een lens is één glaselement) dat een bijzondere vorm heeft. De meeste lenzen hebben een vaste bolling over heel het oppervlak. Een asferische lens heeft een variabele bolling, en dat heeft zijn voordelen bij groothoeken.

Autofocus

Autofocus doet wat de naam zegt: automatisch focussen of automatisch scherpstellen. Dit in tegenstelling tot manuele focus of handmatig scherpstellen waarbij je zelf aan je lens moet draaien om je beeld scherp te krijgen. Elke vorm van scherpstellen heeft zijn voor- en nadelen, maar het staat vast dat voor actiefotografie autofocus vrijwel onmisbaar is.