De tijd die nodig is om de film of sensor correct te belichten. Naast de diafragma-opening kan je de sluitertijd gebruiken om een correcte hoeveelheid licht op je sensor te doen vallen. Teveel licht en de foto is overbelicht, te weinig licht en de foto is onderbelicht. De sluitertijd is daarnaast ook nog belangrijk om de sfeer van de foto te bepalen als het onderwerp beweegt. Bij een lange sluitertijd zal het onderwerp bewogen in beeld staan, bij een korte is het "bevroren". Dat laatste effect wordt ook gebruikt bij telefotografie. Omdat deze lenzen een erg kleine beeldhoek hebben zal een kleine beweging van je toestel meteen voor onscherpte zorgen. Indien dat niet gewenst is kan dit deels worden opgelost door een korte sluitertijd. De regel daarbij is dat de sluitersnelheid gelijk korter moet zijn dan 1/brandpuntsafstand. Bij cropcamera's wordt dat de overeenkomstige afstand op full frame. Als je dus op een cropcamera met factor 1.5 een 300 mm gebruikt, lijkt het alsof je met een 450 mm werkt op een full frame. De minimale sluitertijd wordt dan 1/450ste van een seconde. Let op, dat garandeert geen scherpe beelden. Profs gebruiken bijna steeds een statief en gaan bij gebruik uit de hand die sluitertijd indien mogelijk nog verkorten. In macro-fotografie geldt de regel evenmin. |
|||
