Een fenomeen waarbij de optische eigenschappen van een medium variëren naar gelang de variatie in golflengte (kleur). Het menselijke oog kan monochromatisch licht waarnemen met een golflengte tussen 400nm (paars) en 700nm (rood). Binnen deze range worden verschillen in brekingsindex tussen verschillende golflengten partiële dispersie genoemd. Dit is goed zichtbaar als je bijvoorbeeld een kristallen vaasje in de zon op de vensterbank zet. Op de muur kan dan een mooie regenboogvlek verschijnen. Elke specifieke golflengte die samen het witte zonlicht vormen wordt door het kristal net iets anders afgebogen. Zodoende worden de golflengtes op kleur 'gesorteerd'. Dit scheiden van kleuren wordt partiele dispersie genoemd. De meeste optische materialen hebben ongeveer dezelfde eigenschappen wat betreft partiële dispersie.
Bron: Optical Terminology Canon